Miskraam

10 december: op de test staat ‘ZWANGER’. Ik kan het nog niet geloven en lees drie keer de bijsluiter om er zeker van te zijn dat het woord ‘zwanger’ op de test ook echt betekent dat je zwanger bent. Ja, ik ben zwanger!

15 december: voor mijn eigen gemoedsrust alvast mijn bloed laten prikken om te zien of ik geen vitaminetekorten heb.

18 december: uitslag bloedonderzoek: HB, foliumzuur, magnesium, calcium, etc. alles is goed. Alleen mijn schildklier werkt wat traag. Ik raak helemaal over mijn toeren en vraag mijn vriend nogmaals met de huisarts te bellen. Ik hoef me volgens de huisarts nog geen zorgen te maken, het volgende onderzoek kan wachten tot wij terug zijn van vakantie. Dus ’s middags met het vliegtuig naar China voor een mooie, maar koude, vakantie.

10 januari: bij thuiskomst aan moeders en vaders, broers en zussen verteld dat er een kleintje op komst is. Natuurlijk weten wij dat de kritieke grens nog niet voorbij is, maar mocht het fout gaan dan is het toch ook fijn om dit met iemand te delen.

15 januari: om 17.00 uur een afspraak voor een echo. ’s Middags krijg ik opeens een bloeding, dit voelt niet goed. Tijdens de echo wordt duidelijk dat het inderdaad niet goed is. Het kindje is al gestopt met groeien bij zes weken. Er schiet van alles door je heen, maar de echoscopiste verzekerd me dat het niet komt door mijn trage schildklier, dat het niet komt door mijn coeliakie, dat het niet komt omdat we op vakantie zijn gegaan, dat het niet komt doordat ik … Het ligt niet aan mij, al maakt dat het verdriet niet minder erg. Een miskraam rond week zes wordt meestal gewoon veroorzaakt door een ‘mismatch’ tussen mijn chromosomen en die van mijn vriend en dat gebeurt heel vaak; 1 op de 10 keer mondt een zwangerschap uit in een miskraam. Dit en het feit dat ik nu in elk geval weet dat ik zwanger kan worden, houdt mij op de been. Volgende keer vast meer geluk.

Advertenties

Wel of geen kinderen

Om mij heen wordt het ene na het andere kind geboren, Veerle, Finn, Livia, Naomi, Steijn en Steyn. Ik ben dan ook begin dertig. Voordat ik de diagnose ‘coeliakie’ te horen kreeg, had ik nooit getwijfeld aan het krijgen van kinderen. Sinds ik weet dat ik coeliakie heb, houden vele vragen omtrent het krijgen van kinderen mij bezig. De belangrijkste vraag is natuurlijk: kan ik wel kinderen krijgen, of ben ik door de coeliakie onvruchtbaar geworden? Kan ik het een kind wel aan doen dat het straks misschien ook coeliakie heeft en dus zijn levenlang op moet passen dat het geen gluten binnenkrijgt? Zijn er voor mij verhoogde risico’s tijdens de zwangerschap? In de lezing tijdens de NVC jaarvergadering in april werd er aandacht geschonken aan zwangerschap en coeliakie. Hierin kwam naar voren dat de kans dat een kind ook coeliakie krijgt eigenlijk maar heel klein is. Daarnaast wordt het steeds makkelijker om een glutenvrij dieet te houden. Ik zie bij kinderen om mij heen dat ze allemaal wel een kindje in hun klas hebben die ook coeliakie heeft en dat ze hier goed rekening mee houden. Je leest veel over een verhoogde kans op miskramen bij mensen met coeliakie, al lopen de meningen uiteen. Rijst bij mij weer de vraag is deze kans alleen verhoogd bij mensen met ongediagnoticeerde, dus onbehandelde coeliakie of ook bij mensen die wel een glutenvrij dieet volgen.